maandag 21 november 2011

Meten van effecten - #debibliotheekopschool

Na de inleiding van dagvoorzitter Thomas van Dalen is het de beurt aan Kees Broekhof van Sardes.
Sardes bemoeit zich met onderwijs en Kees vooral met taal op school. Boekenpret en Fantasia zijn projecten waar hij vanuit Sardes ook al bij betrokken is geweest. Hij zal ingaan op wat nu de opbrengst is van de samenwerking tussen bibliotheek en basisschool. Wat zit daar ook in voor de school zelf? Lezen is leuk, maar wat brengt het de maatschappij? De monitor moet gaan voorzien in onderbouwing.
De brochure "meer lezen, beter in taal" is, samen met de dia's zeer bruikbaar om gesprek aan te gaan.

Kees schetst in op de context voor de scholen: rekenen en taal zijn belangrijkste basisvaardigheden en duidelijk is wat aan het eind van de school moet zijn opgedaan. Wel moet nog worden uitgewerkt wat dit binnen onder-, midden-, en bovenbouw betekent. Kernwoord is opbrengstgericht werken.
Opbrengstgericht werken kent volgende cyclus: analyseren resultaten van de leerlingen, doelen stellen, werkwijze bepalen om de doelen te realiseren en dan uitvoeren.
Binnen kennisgebied taal gaat het dan vooral om woordenschat en begrijpend lezen. Deze bepalen ook vaak het advies aan het eind van de basisschool. Woordenschat is daarbinnen belangrijkste, want dit bepaald voor een deel ook de mate van begrijpend lezen.
Kees schets hier verder op in en het blijkt dat kinderen van laaggeschoolde ouders per uur ongeveer een derde van de woorden horen vergeleken met kinderen in gezinnen met hoogopgeleide ouders. In de eerste 3 levensjaren gaat dat om een verschil van 30 miljoen woorden. Op school zet zich dit beeld vervolgens door, want woordenschatonderwijs biedt slechts gedeeltelijke oplossing (400 tot 800 woorden per jaar). Vrij lezen kan hiervoor wel een oplossing bieden: per dag 1 minuut vrij lezen per dag levert per jaar al 100.000 woorden. 20 minuten per dag levert ruim een miljoen woorden per jaar. Dit levert zo maar een uitbreiding van de  woordenschat van 1000 woorden per jaar op.

Vrij lezen is overigens ook goed voor:
  • begrijpend lezen
  • schrijfstijl
  • spelling
  • kennis van grammatica
Zie ook het onderzoek van Suzanne Mol - to read or not to read.

Dit is natuurlijk ook bij uitstek het terrein van de openbare bibliotheek: stimuleren van vrij lezen. Als collectie in school zit helpt dat aanzienlijk. Ook de bibliothecaris heeft hierin een belangrijke rol. Onderzoek toont aan dat de aanwezigheid in een schoolbibliotheek een significant verschil maakt ten opzichte van bibliotheken zonder bibliothecaris.
Hoe kan de bibliotheek dit aantonen? De Monitor bibliotheek op school moet hierin voorzien. Gemeten kan worden: leengedrag, leesmotivatie, leesgedrag, leescultuur thuis, leesbevorderend gedrag van leerkrachten, uitvoering leesbevorderingsbeleid. Dit wordt uitgevoerd d.m.v. digitale vragenlijsten. Hier zijn nu 70 locaties mee aan het experimenteren.
Als je hiermee vervolgens aan de slag wil moet je als leesconsulent een keuze maken uit de gegevens. Kees laat voorbeeld leesplezier zien. Opvallend is dat meeste leesplezier aanwezig is in groep 5 en 6  en daarna neemt het af. Ook blijkt uit de monitor dat meisjes meer leesplezier ervaren dan jongens. Het zou dus nuttig zijn om hier apart beleid op te zetten. Uit de zaal wordt gesuggereerd dat jongens meer gericht zijn op non-fictie.
Monitor maakt het voor de school ook mogelijk om eigen activiteiten te vergelijken met landelijke gemiddeldes. Overigens is landelijk gaan standaard vastgesteld, dus blijft alleen bij vergelijking en als cyclus goed gelopen wordt zal dit leiden tot nieuwe, meetbare, beleidsdoelen vertaald in concrete activiteiten. Bibliotheek en school bepalen deze samen. De activiteiten bevatten acties voor leerkracht en leesconsulent die tot gewenste opbrengst moeten leiden. Na half jaar of jaar wordt gekeken of deze opbrengst ook wordt gehaald.

Onderwijsmensen in de zaal zijn deels al bezig met leesbevordering en opbrengstgericht werken. Probleem is dat er veel wordt gevraagd van onderwijs, ook op andere gebieden, dus belang van maken van keuzes en stellen van prioriteiten wordt onderschreven.
Wens richting bibliotheek wordt uitgesproken om project De Rode Draad te gaan doen. Kees vindt projecten eigenlijk maar niets. Leesbevordering moet iedere dag gebeuren, hoort structureel in werkwijze ingebed te zijn. Boekintroductie wordt heel interessant gevonden, zeker waar op aantal scholen werken is doorgeschoten naar techniek (en dat draagt niet bij aan het leesplezier).
Door gemeentes wordt met name de Monitor heel interessant gevonden, is goede mogelijkheid om ingezette beleid te kunnen toetsen en tot vervolgbeleid te kunnen komen. Beperkingen zijn er overigens ook: financiƫn, competenties en capaciteit bibliotheekpersoneel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen